HET LAATSTE STUKJE “HUTTENCULTUUR”
De Dooyewaard Stichting is ontstaan uit de nalatenschap van de Blaricumse schilders de gebroeders Jacob en Willem Dooijewaard, waarvan Willem de laatste was. De Stichting beoogt het verwerven en in stand houden van ateliers en daarbij behorende woonruimte om het eigen karakter van Blaricum als dorp van kunstenaars te bewaren en verder gestalte te geven.

Contact de Dooyewaard stichting en help de Hutten te behouden.

 

GESCHIEDENIS VAN DE HUTTEN
Vanuit dit perspectief heeft de Stichting in 2008 een perceel tussen de Schapendrift en de Eemnesserweg in Blaricum aangekocht van mevr. Vera Gerson Lohman, dochter van kunstschilder Theo Lohmann. Het perceel is bijna een eeuw in handen van de familie Lohmann geweest. Theo Lohmann kocht het in 1918 met daarop het stenen woonhuis De Iepen en los een schuur en paardenstal, gebouwd in 1906. Hij kocht het perceel en huis van Willem Oversteegen. Oversteegen was in 1904 een kwekerij begonnen aan de Eemnesserweg samen met Yke Posthumus, de tuinman van de Kolonie, die hiervoor zijn werk in de Kolonie verliet.

 

DE HUTTEN
In de jaren 1920 heeft Lohmann drie losse houten hutten / ateliers opgekocht en op zijn terrein geplaatst. De eerste aankoop in 1922 was een houten hut “La Petite Espinette”, een als atelier in gebruik bijgebouw van Huize Parva gelegen nabij de Torenlaan (thans Heideweg 10).  In 1924 werd het tweede pandje aangeschaft. Dit was een atelier dat in Laren stond, waar o.a. Ferdinand Hart Nibbrig en Anna Sluijter in gewerkt hebben. Tot slot werd in 1927 de derde aankoop gedaan: één van de oude hutten van de voormalige kolonie uit het zogenaamde Humanitaire Bosje van het terrein van Prof. van Rees (thans in de buurt van Torenlaan 64). Een tekening uit 1917 laat zien dat Piet Mondriaan hier die zomer gewerkt heeft. De vele mogelijkheden van een perceel met meerdere panden zijn door de familie Lohmann goed benut. In financieel mindere tijden werd het hoofdhuis al dan niet met atelier verhuurd. Zonen die oud genoeg waren kregen een eigen huisje in gebruik. Zo had de familie bv. weinig last van de muziek van zoon Antoine Gerson Lohman, die als trompettist in verschillende succesvolle jazzbands ongetwijfeld veel lawaai maakte.

Afgezien van het kunsthistorisch belang van de ateliers hebben alle gebouwen op het Lohmann perceel een rol gespeeld in het lokale verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. De familie Lohmann heeft vele onderduikers de oorlog door geholpen door hen op ieder mogelijk plekje in de diverse panden onderdak te bieden. Deze drie (niet beschermde) ateliers staan er in zo goed als oorspronkelijke staat en de koop van het perceel is vooral gedaan om te voorkomen dat dit laatste stukje erfgoed van de huttencultuur met de grond gelijk gemaakt zou worden om plaats te maken voor nieuw te bouwen villa’s.

 

RESTAURATIE EN HERGEBRUIK
De Dooyewaard Stichting beoogt de drie ateliers te restaureren en traditiegetrouw door ‘amotie’ te verplaatsen, zij het dit keer gewoon op het eigen terrein. De ateliers zullen geplaatst worden op nieuw te bouwen kelderruimtes. Hiermee kunnen deze drie historische ateliers in hun zo oorspronkelijk mogelijke staat behouden worden en, door de kelders, zonder aantasting van de oorspronkelijke opzet aangepast worden voor gebruik aan de huidige normen. De Stichting beoogt op deze wijze in Blaricum cultureel en historisch erfgoed te behouden en daarmee een nieuwe kunstenaarskolonie te creëren, waar wisselende kunstenaars tijdelijk kunnen wonen en werken. Naast de ateliers op het Lohmann-terrein is de Stichting al eigenaar van twee andere ateliers in Blaricum.

Erfgoed-1Erfgoed-2