DE KOLONIEDe Kolonie-Dooyewaard Stichting Blaricum

Enige jaren geleden heeft de Dooyewaard Stichting het perceel aan de Schapendrift 73/75  in Blaricum verworven, gekocht van Vera Gerson Lohman, dochter van schilder Theo Lohmann. De stichting heeft dit perceel tussen de Schapendrift en de Eemnesserweg aangekocht om drie atelier-hutten in opvallend oorspronkelijke staat te behouden. In één van deze ateliers uit 1905 heeft Piet Mondriaan gewerkt in 1916-1917, een cruciale periode in zijn artistieke ontwikkeling. Een ander atelier bleek het atelier te zijn van Larense School schilder Ferdinand Hart Nibbrig, wat later gebruikt is door Anna Sluijter.

 

Over een periode van jaren heeft de stichting de drie houten atelier hutten gerestaureerd en, door ze heel traditioneel op te tillen, op het terrein verplaatst. Op spectaculaire wijze zijn de ateliers centimeter voor centimeter gerold naar nieuw gebouwde betonnen kelders en daar op geplaatst. Wij beschikken daardoor nu over drie ateliers die een vroeg 20e-eeuwse buitenkant combineren met moderne woon-werk ruimtes. Kijk hier naar “De Hut van Mondriaan verplaatst”.

 

Meer recent heeft de stichting een atelier aangeschaft wat slechts enkele honderden meters van
de kolonie ligt. Dit was het atelier van Bob ten Hoope (1920-2014). Bob reisde heen en weer
tussen Frankrijk en Nederland en als hij hier verbleef  was dit de plek waar hij tekende, etste en
schilderde.

 

HISTORISCHE ACHTERGROND

 

KOLONIES EN HUTTEN IN HET LAND VAN MAUVE
Tegen het eind van de 19e en doorlopend in de 20e eeuw trokken de dorpen Laren en Blaricum een
zeer gevarieerde groep mensen aan. Bekend als ‘Het Land van Mauve’ door de populaire
schilderijen van Anton Mauve en de bloeiende Larense School oefende het gebied jarenlang een
grote aantrekkingskracht uit op kunstenaars. Wat begon als entourage voor heide landschappen
en boeren interieurstukken bleek een even aantrekkelijke bron van inspiratie voor nieuwe en zelfs
avant-garde kunst. Menig Nederlandse en buitenlandse kunstenaar heeft hier in die periode
gewerkt. En niet alleen de beeldende kunst heeft hier zijn oorsprong. De dorpen trokken een veel
bredere kring mensen aan, ook uit het literaire en intellectuele circuit. Ook mensen geïntrigeerd
door nieuwe percepties van principes en levensfilosofieën verzamelden zich hier. Dit resulteerde in
een bonte mix van kunstenaars, wetenschappers, Christen anarchisten, theosofen, vrij denkers,
wereld hervormers, nudisten, oorlogsvluchtelingen en velen die gewoon de oprukkende
urbanisatie wilden ontvluchten en dachten er ‘terug naar de natuur’ te kunnen beleven.
Met Walden, de kolonie die door Frederik van Eeden was opgericht in Bussum, als voorbeeld
stichtte Professor Jacob van Rees in 1899 een kolonie aan de weg die van Laren naar Blaricum
loopt. Hier, met diverse houten hutten gegroepeerd rondom een ruim gemeenschappelijk gebouw,
wilden de bewoners een ideale maatschappij creëren met hun Kolonie van Internationale
Broederschap. De Kolonie zelf was een kort leven beschoren maar in de tussentijd had de ‘import’ in deze van origine boerendorpen ontdekt hoe het was om te wonen en werken in deze hutten
waar er in die tijd vele van werden gebouwd. Ru Mauve, de zoon van schilder Anton, en Theo
Rueter werden bekende hutten bouwers. De mooiste waren eigenlijk kleine landhuisjes met
golvend rieten daken maar de meeste waren eenvoudige hutten van geteerd hout. Deze hutten
werden gebruikt als woonruimte maar ook als ateliers en het is in die hoedanigheid dat er een
levendige handel ontstond. Eenvoudig gebouwd, zonder diepe funderingen, werden de hutten
regelmatig opgetild en verplaatst naar een andere plek. Dat ging soms in zijn geheel op een
boerenkar of uit elkaar gehaald in genummerde planken en vervolgens weer ergens anders
opgebouwd. Deze oorspronkelijke eenvoudige hutten waren nog tot diep in de 20e -eeuw te vinden
in Laren en Blaricum. Maar nu dat deze dorpen het hoogste echelon van de Nederlandse
woningmarkt bereikt hebben, met bijbehorende prijzen, is er nauwelijks meer iets terug te vinden
van dit culturele en architecturale erfgoed.

 

HET LOHMANN TERREIN
De Dooyewaard Stichting kocht het kolonie terrein van Mw. Vera Gerson Lohman, dochter van
schilder Theo Lohmann (1880-1963). Dit perceel is bijna een eeuw lang in handen geweest van de
familie Lohmann. In 1918 koopt Theo Lohmann een perceel met daarop een stenen huis en los
een schuur (nog steeds aanwezig) en paardenstal (ooit afgebroken) van Wim Oversteegen, die
een kwekerij had aan de Eemnesserweg. Huis, schuur en stal werden voor Oversteegen in 1906
gebouwd door de Blaricumse timmerman Wim Kokje. In de jaren 20 kocht Lohmann geleidelijk
meer grond , tot de huidige afmetingen, en plaatste daar drie losse ateliers en hutten op. In 1922
kocht hij ‘La Petite Espinette’ wat in gebruik was geweest als atelier bij Huize Parva aan de
Torenlaan in Blaricum (nu Heideweg 10). In 1924 was het een atelier uit Laren van wat nu Sint
Janstraat 34b is wat gebruikt was door onder anderen Ferdinand Hart Nibbrig en Anna Sluijter. En tot slot in 1927 een van de oude houten hutten van het voormalig Kolonie terrein,
eigendom van professor Jacob van Rees (nu dichtbij Torenlaan 64). In het Haagse Kunstmuseum
bevinden zich een tekening en brief uit 1917 en ook een oude foto tonen aan dat Piet Mondriaan
in deze hut gewerkt heeft.
Het perceel met al die losse panden bood de familie veel flexibiliteit. Soms, in financieel zware
tijden, werd een deel verhuurd en ten tijde van de Tweede Wereldoorlog heeft het een prominente
rol gespeeld in het lokale verzet. De familie Lohmann heeft tientallen onderduikers geholpen de
oorlog te overleven door ze op iedere denkbare plek een schuilplaats te bieden. Na de oorlog
kreeg Theo Lohmann er de Verzetspenning voor Kunstenaars voor uitgereikt. Dochter Vera
ontmoette in het verzet haar toekomstige echtgenoot, Ernst Gerson. Het gezin noemt zich vanaf
dat moment Gerson Lohman en met vier kinderen werd er besloten La Petite Espinette en het
Mondriaan atelier aan elkaar te verbinden met een gang en een stenen aanbouw met
slaapkamers. Het pand stond aan de Schapendrift kant. Het Hart-Nibbrig Atelier stond ook dichter
naar de Schapendrift. Dit werd uiteindelijk Lohmann’s werk atelier. Hij stierf in 1963. De ex
partner van een van de kinderen Gerson Lohman trok begin jaren 70, na een drastische
verbouwing, in het woonhuis aan de Eemnesserweg zijde, waar zij nog altijd woont.
De drie ateliers , die niet beschermd waren door enige vorm van status, staan nog altijd op het
terrein in bijna oorspronkelijke staat. Om te voorkomen dat zo veel cultureel erfgoed verloren zou
gaan bij verkoop en daarop onherroepelijk volgende sloop om plaats te maken voor nieuwe villa’s,
heeft de Dooyewaard Stichting het perceel met panden in 2008 aangekocht.

 

Hutten van de Dooyewaard Stichting in 2008. Foto Herman van Doorn.

Hutten van de Dooyewaard Stichting in 2008. Foto Herman van Doorn.